Goed bestuur jaarlezing

Goed Bestuur Jaarlezing 2018

Op 17 mei 2018 vond de Jaarlezing van Goed Bestuur plaats. Tijdens deze Jaarlezing waren er drie sprekers.

De eerste, Floor Rink, is psycholoog en hoogleraar organisatie behaviour aan de Universiteit van Groningen. Een betrokken toezichthouder is (onder omstandigheden) beter dan strikt onafhankelijk toezichthouder. Ook zeer ervaren bestuurders en toezichthouders zijn beïnvloedbaar en hebben biases, ondanks al hun kennis en ervaring. Als je voor de ene groep (zoals je eigen organisatie of RvC) goed je best doet, gaat er automatisch minder aandacht uit naar de ander (stakeholders, klanten). Mobiliteit (vers bloed) zorgt dat biases van beïnvloeding minder sterk worden in het intern toezicht. Het is niet erg als toezichthouders (AFM en DNB) zich identificeren met de (financiële) sector waarop ze toezicht houden, mits ze zich ook maar sterk genoeg identificeren met de toezichthouder waarvoor ze werken. Conclusie: de volgorde van ‘onafhankelijk, maar betrokken’, mag veranderen naar ‘betrokken, maar onafhankelijk’.

De volgende, Goos Minderman, spreekt over de schoonheid van het Nederlandse middenveld. Er is geen land naast Nederland dat op zorg, onderwijs en huisvesting in de top 10 scoort, ondanks die rare stichtingsvorm. Alle belangrijke besluiten moeten volgens de wet voorgelegd worden aan de Raad van Commissarissen. Toezichthouder: ‘Beste bestuurder, heeft u onbelangrijke besluiten genomen? Nee? Wilt u mij de rest dan voorleggen.’ Bij woningcorporaties moet de RvC de jaarrekening vaststellen. Dat betekent dat zij dus de kwaliteit van reserveringen toetsen, de deugdelijkheid van waarderingsgrondslagen kloppen enzovoort. Succes… Nabijheid en betrokkenheid gaat over: welke ambitie heb ik als toezichthouder in mijn toezichthoudende rol? Waarom doe ik dit? Wat en hoe wil ik dit bereiken? Aan de andere kant: welke vragen stelt de organisatie aan mij als toezichthouder? Word ik geacht alleen rapportages goed te keuren? En wat betekent dit voor hoe de organisatie mij blijkbaar ziet? Conclusie: dicht op het beleid, ver van de uitvoering maar in alles vertrouwen.

De derde en laatste spreker is Wout Dekker, president commissaris Randstad en Máximaziekenhuis. Hij spreekt over ‘De betrokken buitenstaander’. Voor de buitenwereld is de commissaris een buitenstaander, terwijl de (goede) commissaris zichzelf als insider ziet. Bijzonder interessante stelling, waarbij Dekker zo eerlijk is dat hij wel eens tegen de geldende wijsheid gezondigd heeft.

Hoe deed Rabobank het in Libor schandaal op de IQ (horizontaal) en EQ (verticaal)? Qua ratio, prima, goed aan damage control gedaan. Maar maatschappij en coöperatie begrepen er niets van en waren woedend. 2 jaar na Libor Schandaal was de coöperatie toch in staat om in te stemmen met het opgaan van alle vestigingen in 1 (nog steeds coöperatieve) Rabobank. Ook de salarisverhoging van Ralph Hamers ING was logisch op de IQ-as, maar niet op de EQ-as (maatschappelijke perceptie) en op de as van de betekenis van de organisatie. Issues komen niet uit de lucht vallen, wees er vroeg bij, anders komt er regulering waar je niet blij van wordt. Onderwerpen eerder op de agenda, dat maakt het veel leuker en beter.

Moet de RvC ook verstand hebben van disruptie? Dat hangt ook af van hoe vatbaar je sector hiervoor is.

Floor Rink: diversiteit heeft maar zelden een positieve invloed op het rendement van de onderneming. Vraagt veel metagesprekken over hoe je dit succesvol gaat maken.