Start Omhoog Feedback Inhoud Zoeken

Raderwerk

 

 

Start
Omhoog

 

Good Practice T-actie 

De goodpractice T-actie 2002 over kritische succesfactoren in een techniekproject  

 

Kritische succesfactoren in een techniekpromotieproject

Aanleiding en achtergrond

‘Techniek in actie’ – beter bekend als T-actie - is een promotieproject om techniek onder de aandacht te brengen van leerkrachten en leerlingen in het basisonderwijs in de regio Rijnmond Rotterdam en Drechtsteden. Het project loopt nu twee jaar en wordt – behalve door AXIS – financieel ondersteund door de Stichting WeTeN, Kies Techniek, VSB en de Kamer van Koophandel Rotterdam. In het eerste jaar stond het project ‘Aan de rol met transport’ centraal. Van dit project vindt U een good practice in deze gereedschapskist (link met deze good practice maken). In het tweede jaar draaide alles om het project ‘Productie in de maak’.

Het project is een onderdeel van het project ‘Hand in Hand voor de Techniek’ waarin meerdere, mede door Axis gefinancierde projecten samenwerken. De Stuurgroep Hand in Hand voor de Techniek, die al enige jaren met steun van de Kamer van Koophandel en onder de paraplu van de Stichting Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam (KMR) actief is om de techniek te promoten, functioneert als een regionaal platform waarin alle betrokkenen trachten een ketenbenadering te realiseren.

Doel

Het project T-actie sluit aan bij de kerndoelen techniek en heeft derhalve per jaar een wisselend thema. Kernwoorden bij het project zijn: techniek, lesontwikkeling, techniekwedstrijd, attitudeverandering, overdracht. Een centrale voorwaarde om het project te laten slagen, is het opbouwen van een goede communicatie met scholen voor primair onderwijs zodat deze – ondanks een overvolle agenda en een onbekendheid met techniek(onderwijs) – participeren in de projecten die T-actie ontwikkelt. Een goede communicatie met scholen blijkt in de praktijk echter niet gemakkelijk te realiseren. In deze good practice worden – op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren – de kritische succesfactoren beschreven met betrekking tot (1) de deelname van bedrijven aan het project en (2) de workshops voor docenten.

Leermomenten

Er zijn een groot aantal leermomenten met betrekking tot de deelname van bedrijven aan een techniekpromotieproject dat mikt op basisscholen. De belangrijkste is dat het meeste succes verwacht kan worden van samenwerking met bedrijven ‘om de hoek’. Dat impliceert vaak dat er een goede relatie moet ontstaan tussen de school aan de ene en de directie of afdeling voorlichting van het bedrijf aan de andere kant. Deze relaties ontstaan niet vanzelf: daarin moet geďnvesteerd worden En tweede belangrijk leermoment is dat er een ‘win-win’ situatie moet worden gecreëerd; alleen dan zal de vrijblijvendheid bij beide partijen verdwijnen.

Ook met betrekking tot de workshops voor docenten zijn er vele leermomenten (zie hiervoor de uitgebreide beschrijving van deze good practice). Met betrekking tot het gehele project kan geconcludeerd worden dat een techniekpromotieproject als T-actie nogal wat vraagt van docenten. Docenten kunnen dit alleen opbrengen – leert de ervaring – wanneer er sprake is van een stabiele onderwijsomgeving en –organisatie, van actieve medewerking van de schooldirectie en – tenslotte – van ondersteuning van het schoolteam. In de grote gemeenten in de regio Rijnmond blijkt vaak dat aan deze voorwaarden niet of zeer moeilijk kan worden voldaan. De deelname van basisscholen uit grotere gemeenten aan T-actie blijft dan ook beduidend achter bij de scholen uit kleine(re) gemeenten.

 

Nadere informatie

 

Projectleider T-actie: Aart J. Tijhof

Cricketpad 16

3223 EB Hellevoetsluis

Tel. 06 244 52 484

E-mail :a.j.tijhof@zonnet.nl

Website : www.kmr.nl/t_actie.

 

Kritische succesfactoren in een techniekpromotieproject

In deze good practice worden twee factoren behandeld waarvan in het project T-ACTIE duidelijk is geworden dat het kritische succesfactoren zijn voor ieder techniekpromotieproject: de beperkte deelname van bedrijven aan het project en de functie van de workshops voor leerkrachten.

 

Inleiding

T-actie is een techniekpromotietraject voor het basisonderwijs in de regio Rijnmond. Scholen worden uitgenodigd een aantal technieklessen te ontwikkelen en deze op een regionale manifestatie te demonstreren met leerlingen. Het projectbureau ondersteund de scholen in financiële, in materiele en in kwalitatieve zin op de volgende wijze:

· Een reiskostenvergoeding voor het bezoeken van een bedrijf of instelling

· Een materiaalvergoeding voor de uitvoering in de klas

· Hulp en organisatie van excursies

· Geven van achtergrondmateriaal, literatuur

· Aanbieden van een workshop voor leerkrachten

· Het organiseren van een eindmanifestatie voor leerkrachten en leerlingen.

 

Per september 2002 wordt de regio vergroot met de Drechtsteden en de regio Gouda.

 

Doel

Het project heeft 5 doelen:

· Stimuleren dat alle groepen in het basisonderwijs in aanraking komen met techniek,

· basisscholen en leerkrachten ondersteunen om met aantrekkelijk lesmateriaal gestructureerd aandacht te geven aan techniek;

· PABO-studenten ervaring op laten doen met het ontwikkelen van lesmateriaal voor technieklessen. Het lesmateriaal sluit aan bij de kerndoelen techniek;

· basisscholen en bedrijven met elkaar in contact brengen.

· een groot aantal technieklessen rondom verschillende techniekthema’s beschikbaar krijgen voor alle scholen in de regio;

 

Beperkte deelname van bedrijven aan het project.

Het project T-actie bestaat uit een viertal projectjaren waarin per jaar een thema wordt uitgewerkt. De thema’s sluiten aan bij de kerndoelen techniek voor het primair onderwijs: transport, productie, communicatie en constructie. De scholen worden gestimuleerd om tijdens de uitvoering van het project op school een bedrijf of instelling te bezoeken welke actief is binnen het thema. Er een vergoeding beschikbaar voor het arrangeren van een bus. In de praktijk blijkt dat de scholen het niet zo makkelijk vinden om een bedrijf te bezoeken en dat de bedrijven het op hun beurt ook moeilijk vinden om basisschoolleerlingen binnen het bedrijf te laten.

 

 

In onderstaande staatje ziet u de aantallen.

Thema

Bedrijven

Instellingen

Bij eindmanifestatie

totaal

Transport

9

6

5

20

Productie

3

7

2

12

Communicatie

2

3

2

7

Constructie

       

 

Leermomenten

 

Welke lessen hebben wij uit onze ervaringen tot nu toe geleerd en met welke feiten hebben we dan te maken?

Veel bedrijven hebben excursieprogramma’s, maar niet gericht op de basisschool

Er zijn niet altijd faciliteiten aanwezig om groepen te ontvangen

Gebrek aan begeleidend personeel bij de bedrijven wordt vaak genoemd als reden voor afwijzing van een excursie of gastles

Het bedrijfsterrein is uit veiligheidsoverwegingen (Arbo) niet geschikt voor kinderen

Na september 2001 zijn diverse bedrijven "op slot"

Het aantal productiebedrijven neemt af en het aantal dienstverleners neem toe

De malaise in de telecomsector zorgt voor het uitvallen van interessante bedrijven

Bedrijven hebben moeite met losse projecten. Zij willen liever een vaste bodem, maar zonder strakke verplichtingen.

In het bedrijf moet het besef aanwezig zijn dat de kort cyclische gedachte van 1 boekjaar geen duurzame bedrijfsvoering is en dat de bezoekende leerling van nu de werknemer van de toekomst kan zijn.

bedrijven moeten wel een leuke "act" of bedrijfsproces hebben voor kinderen

Een incentive voor de kinderen is bijna een noodzaak

De scholen moeten het bedrijfsbezoek of gastles voorbereiden, met materiaal van het bedrijf of eigen materiaal

De school moet oog hebben voor de veiligheid (arbo-eisen) op de bedrijven. De kinderen moeten daar van doordrongen zijn.

De toegang tot het bedrijf wordt zeer vergemakkelijkt door een aan het bedrijf gerelateerd familielid, kennis, ouder etc. Bedrijven hangen zeer aan persoonlijke relaties.

Bedrijven "om de hoek" zijn makkelijker te betrekken bij een schoolproject.

Een "bedrijvenkring" met een persoonlijke relatie binnen het project kan effectief werken

Brancheorganisaties hebben veel voorlichtingsmateriaal en soms ook voor basisscholen, maar doen weinig aan het regelen van excursies. Zij zijn sterk gericht op de eigen organisatie en hebben geen invloed op de aangesloten bedrijven.

Het reguliere beroepsonderwijs bleek niet geen vervanger te zijn voor een excursie. Zij zitten vast aan het eigen (voorlichtings)programma (voor nieuwe leerlingen).

Bedrijfsexcursies hebben het meeste succes als voldaan wordt aan de volgende eisen:

Een bedrijf in de buurt, op voorspraak van een goede persoonlijke relatie met de directie of de afdeling voorlichting

Het project moet een "voedingsbodem" hebben en of kunnen leggen bij de school en het bedrijf. Met andere woorden; de vrijblijvendheid voor alle partijen moet er af.

 

 

Hoe is dit te bereiken ?

Hier is natuurlijk geen pasklaar antwoord voor en ook niet universeel geldend. Maar een aantal generalistische opmerkingen kunnen hier wel worden gemaakt.

Een basisschool is niet louter een opleidingsinstituut. De basisschool wordt gelukkig gezien als een basisvoorziening in een wijk of dorp. Zij vervult een belangrijke positie in de sociale context van de leefomgeving. Zowel binnen de school als in de interactie met de omgeving heeft de school een belangwekkende rol. Deze behoeft zich niet altijd te beperken tot de ouders van de kinderen. De sterk in opkomst zijnde "brede scholen" , de benutting van de ruimten na schooltijd, diverse activiteiten (club en buurthuis) getuigen van de maatschappelijke betrokkenheid van school en buurt.

De stap naar het wellicht aanpalende bedrijfsleven is maar een kleine stap. Het is echter vaak een grote emotionele stap. "Wat moeten zij met ons" is een veel gestelde vraag en veelal gesteld vanuit een ondergeschikte positie. De wedervraag : "wat kan het bedrijf met ons" wordt zelden gesteld. Het is te vaak louter een sponsoring voor een speciaal evenement dat de basisvorm voor een kortstondige en budgettaire relatie. Maar een maatschappelijk bevlogen ondernemer heeft meer aan een langdurige relatie. Een relatie op basis van inhoud en wederzijds belang.

Hierbij kan gedacht worden aan bekendheid met elkaars werksoorten, belangen en zorgen. Dit vergroot de relatie en kan zorgen voor een grote spinn-off. Wat te denken van het intomen van vandalisme bij bedrijven. Het ingooien van ruiten bij een bekende is niet leuk meer.

Het bedrijf kan productieprocessen binnen de school introduceren. Laten zien dat producten ook worden gemaakt. Hoeveel kinderen beseffen nog dat de yoghurt van melk wordt gemaakt en dat het van de koe komt en niet uit de fabriek? Het bedrijf kan wellicht de school ook helpen bij verschillende organisatorische problemen op school. De basisschool komt om in werk dat heel veel verschillende deskundigheden vraagt. Het heeft daarvoor amper kwaliteit en kwantiteit in huis. Kan een bedrijf hier iets betekenen?

De vaak gehoorde tegenwerping is ‘Dat lijkt allemaal mooi, maar is moeilijk realiseerbaar.’ Dat is echter – naar onze mening - een onterechte tegenwerping. Het is de emotionele stap om de boel maar eens naar buiten te brengen. Het is geen kwaliteitsverlies om je beperkingen als school te etaleren. Zeker niet als je deze laat vergezellen van een concrete vraag. Vergeet niet dat ondernemers professionals zijn. Zij worstelen met tal van problemen, waar de school wellicht een antwoord op heeft. Kortom: vanuit ieders competentie elkaar helpen, dat helpt!

Een techniekpromotieproject kan zo’n samenwerking niet aanbrengen. Zij kan alleen de mogelijkheid naar voren brengen en daarmee de attitude binnen de school beďnvloeden. Binnen het techniekpromotieproject T-actie is het bedrijfsleven (als excursiedoel) structureel ondergebracht. Gezien bovenstaande zou het moeten worden uitgebreid met een instructie "handvaten voor het aangaan van een bestendige relatie met het bedrijfsleven". Het is dan aan de eventuele samenwerkingspartners (school, leerkracht en bedrijfsleven, ondernemer) om dit gesprek aan te gaan en elkaar te beinvloeden en uit te dagen tot een samenwerking waarbij alle partners baat bij hebben. Dat het onderwerp techniek hierbij van groot belang moet zijn, staat buiten kijf.

 

De functie van de workshops voor leerkrachten

Het project T-actie poogt de attitudes van leerlingen ten aanzien van techniek te veranderen. Daarvoor is het nodig dat de techniek-attitudes van de leerkracht veranderen. Dit betekent dat de leerkracht naast schriftelijke informatie ook handvatten aangereikt moet krijgen om techniek dichter bij de eigen belevingswereld te krijgen en om deze overdraag baar te maken naar de klas. Het belangrijkste middel dat daartoe in de afgelopen jaren is ingezet, is de workshop voor leerkrachten in het basisonderwijs.

 

Leermomenten

Elke workshop is terdege geëvalueerd en opgenomen in een verbeterplan. Elk jaar is de formule aangepast zonder de hoofddoelen te veranderen. Met de resultaten van het 3e jaar is de organisatie tevreden, maar wordt met de introductie van een 2e workshop meer aandacht gegeven aan de borging van techniek in het werkprogramma van de basisschool. Kortheidshalve hieronder nog even een aantal aandachtspunten met korte toelichting:

Maak het aandachtsveld en de relaties niet te breed. Probeer je te beheersen in het aantal onderwerpen en relaties binnen de workshop. De leerkrachten moeten zich kunnen concentreren op het thema. Uitweidingen in de breedte vermijden.

Hou de workshop daarom op bekend terrein: basisschool. Een workshop bij een organisatie waar wel een relatie met het thema aanwezig is, maar zonder echte inhoudelijke invulling is niet handig. Het wordt als onnodige ballast ervaren.

Geef niet teveel grote workshop onderdelen. Beperk het tot 20 a 25 minuten per onderdeel.

Geef niet teveel uitleg. Men komt om iets te leren en te doen. Laat het allemaal maar gebeuren. Van eventuele fouten kan iedereen leren, dus ook leerkrachten.

Natuurlijk zorg je voor alle benodigde spullen en de catering.

Geef ook iets tastbaars mee, als herinnering aan de workshop, maar tevens bruikbaar in het project.

Voor de rest zijn alle regels van toepassing die horen bij het leiden van een groep en het geven van een presentatie.

 

Ontwikkelen

De ontwikkelvaardigheden van de leerkrachten in het basisonderwijs blijken beperkt te zijn. Het is niet helemaal bekend of dit een omissie is in de opleiding. De ervaring opgedaan in het project en in gesprekken met leerkrachten is wel gebleken dat de opleiding tot aan de jaren 80 hier meer aandacht aan gaf dan de latere opleiding. We hebben ook de indruk dat in de huidige opleiding hier weer meer aandacht voor is. De praktijk van alledag laat zien dat maar een beperkt aantal leerkrachten een ontwikkelproject aanspreekt en dat de randvoorwaarden ( de leeromgeving) lang niet altijd ideaal zijn. Lerarentekort, werkdruk, ziekteverzuim en veranderingen in onderwijs en leeromgeving zijn debet aan het ontbreken van een stabiele leeromgeving.

Het T-actie project vraagt nogal wat van de leerkracht:

Het ontwikkelen van een lespakket vergt overzicht over de materie.

Een inhoudelijke kennis van de materie alsmede een goede kennis van de doelgroep.

Didactische kennis. Het onderdeel didactische kennis is veelal ruimschoots aanwezig want dat is gevormd op de opleiding en later in de praktijk van de klas.

Tijd en energie om het te maken en uit te voeren

Het vraagt aan de leeromgeving het volgende:

Een stabiele onderwijsomgeving en –organisatie

Medewerking van de directie

Ondersteuning van het schoolteam

 

Welke consequenties heeft dat voor het project T-actie.

Een techniekproject kan geen bijdrage leveren aan de stabiliteit van de onderwijsomgeving en –organisatie. Het kan wellicht sturing geven aan de doelen (als deze nog niet zijn geformuleerd), maar het zou de omgekeerde volgorde zijn.

Wil een techniekproject vaste bodem op school vinden dan gaat dat het beste bij een school die voldoet aan bovenstelde randvoorwaarden. Dit zal betekenen dat een beperkt aantal scholen mee doen. De combinatie van tekortschietende competenties bij leerkrachten en een weinig stabiele organisatie (o.a. vanwege grote aantallen leerlingen uit achterstandssituaties en een tekort aan onderwijzend personeel) is evenwel niet overal gelijk. Op basis van gesprekken met collega’s uit techniekpromotieorganisaties in den lande blijkt dat vooral de Randstad en met name de grote steden deze combinatieproblematiek kent. Andere delen van Nederland hebben hier minder mee te maken of lossen het anders op. In de regio Rijnmond wordt dit op mesoniveau duidelijk. Hier is de deelname aan techniekpromotie-projecten vanuit de grotere gemeenten (70.000+) minder dan uit de plattelandsgemeenten. Helaas is dit echter niet absoluut. Schiedam doet bijvoorbeeld meer dan evenredig mee omdat er vanuit de gemeente van oudsher veel aandacht wordt gegeven aan techniekpromotie. Toeval, persoonlijke ambities, schooldoelen zijn onmiskenbaar belangrijke elementen voor deelname aan een techniekproject. Sturing hierin vanuit een projectbureau is uiterst beperkt.

Voor projectorganisaties is de speelruimte dus erg gering. Het is (naast de schoolintrinsieke problematiek) de marketingmix, de communicatiemix en de meerjarige looptijd van het project die bepalend zijn voor succes.

Nieuwe techniekpromotieprojecten zullen zich terdege moeten richten op een meerjarige aanpak. Een project van 4 jaar zoals T-actie is mooi, maar lang niet genoeg om de beoogde doelen (attitude verandering jegens techniek, grotere instroom technische opleidingen, pakket aan technieklessen per kerndoel techniek) te bereiken. Een veronachtzaming van techniek gedurende vele jaren kan niet in een korte tijd worden omgebogen! Een beklijvende attitudeverandering vergt veel tijd en daardoor veel energie en geld.

 

 

Nadere informatie

 

Projectleider T-actie: Aart J. Tijhof

Cricketpad 16

3223 EB Hellevoetsluis

Tel. 06 244 52 484

E-mail :info@raderwerk.com

 

Deze good practice is geschreven door Aart J. Tijhof en Frans Meijers, Meijers Onderzoek en Advies, Prinsenlaan 24, 6542 TB Nijmegen (fmeijers@worldonline.nl)

( deze good practice is ook te vinden op www.kennisbanktechniek.nl)

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Raderwerk
Cricketpad 16 3223 EB Hellevoetsluis
Tel: 06 244 52 484
Fax:
Internet: a.j.tijhof@zonnet.nl

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan a.j.tijhof@zonnet.nl.
Laatst bijgewerkt: 10 januari 2004